zondag 22 maart 2009

schoolreisje naar rwanda



foto 1: Voor het kantoor van Ombudsman Tito Rutaremara (naast mij, Angela voor mij);
foto 2: Rwanda, land van duizend heuvels.
Ik geneer me, zeg maar gerust: schaam me. We zijn een half uur te laat op de belangrijke afspraak op het Ministry of Local Government & Good Governance (goed bestuur) in Kigali, Rwanda. Yes, I'm embarrassed too, zegt mijn coordinator en teamleider tijdens dit werkbezoek, Angela. Dan moet je je excuses maken, zeg ik tegen haar, dit is in Oeganda misschien gewoon maar in Rwanda buitengewoon onbeschoft. Deze belangrijke mensen hebben voor ons tijd vrij gemaakt, dan heb je op tijd te komen. En als je excuses maakt, moet je het ook menen, zeg ik als ik zie dat ze het weglacht, enigzins gegeneerd omdat ik haar en plein public ter verantwoording roep, in aanwezigheid van de hele groep.
Angela en ik hebben met enige regelmaat aanvaringen, omdat ik gewoonlijk de enige ben die echt tegen haar in durft te gaan. Dat kan in mijn positie als VSO-er ook makkelijker natuurlijk. Maar het is ook een kwestie van mentaliteit, van hoe om te gaan met gezag. Mijn collega's zullen hooguit wat tegen sputteren als ze worden aangepakt door Angela, maar uiteindelijk volgen ze altijd gedwee wat de baas zegt. Ook als dat echt onzin is. Begrijp me goed, ik heb het grootste respect voor mijn coordinator en meestal als ze weer een van haar beruchte tirades houdt, heeft ze ook gelijk. Ze is buitengewoon scherp, heeft meestal een goed overzicht over wat er speelt en is de enige die echt goed kan analyseren. Maar ze is ook Miss Chaos Management aka Miss Just in Time. Alles moet altijd op het allerlaatste moment. En als we eindelijk weer eens gaan zitten voor een staffmeeting (waar ik voortdurend op aandring) en plannen voor de volgende weken, is ineens alles belangrijk en urgent en komen er 40 items op het werkplan te staan die natuurlijk ook allemaal meteen moeten worden uitgevoerd. Maar als alles urgent is, is uiteindelijk niets meer urgent en schieten we niet echt op.

Angela kan het hebben als ik tegen haar in ga, we roepen wat over en weer, maar een half uur later lopen we elkaar weer te dollen en liggen we onder de tafel van het lachen. Maar tijdens dit werkbezoek aan Rwanda, waar ik weken mee bezig geweest ben om het uberhaupt voor elkaar te krijgen, laat ze het afweten. De teamleider is er vaak niet als ik met haar wil overleggen omdat het programma moet worden aangepast. Ik neem dus de beslissingen, waar zij het dan achteraf niet altijd mee eens is. Tough, moet je er maar zijn. We botsen ze vaak tijdens dit bezoek en zij klaagt voortdurend. Pas op de vierde dag als ze weer terug zijn in Oeganda en op weg naar Kampala, zegt: ze welgemeend: dankjewel, het was een goed werkbezoek, ik weet hoe druk je hiermee geweest bent.

Het was ook een goed werkbezoek, we hebben belangrijke mensen gesproken in het land dat voor de rest van Afrika een voorbeeld is van goed bestuur, van hoe het ook kan. Rwanda krijgt wel kritiek dat ze wetten en bestuursmaatregelen nogal rigoreus invoert en dat daarbij individuele rechten wel eens geschonden worden en die kritiek moet ook kunnen. Maar het land heeft zich na de Genocide van 1994 – waarbij meer dan een miljoen mensen werden afgeslacht – weer helemaal opnieuw moeten opbouwen en lijkt daar in 15 jaar tijd uitstekend in geslaagd. En dan kun je beginnen over multi-partij democratie en vrije pers (gevoel punt voor mij), maar de vraag is of een fragiele staat waar zich net zo'n allesoverheersend drama heeft voltrokken, zich dat al wel kan permitteren. Op de tweede dag van ons bezoek krijgen we van een van de machtigste mannen in het land, Ombudsman Tito Rutaremara, het Rwandese recept voor corruptiebestrijding: zero tolerance, niemand ontzien (ook de politieke en ambtelijke top niet) en een hele sterke politieke wil. En het werkt, moeten ook de critici van Rwanda toegeven. Waarom het bij Museveni (president Oeganda) bij woorden blijft en Kagame (van Rwanda) het echt voor elkaar krijgt, schreef de vooraanstaande Oegandeze journalist Andrew Mwenda laatst. En zo is het. Oeganda heeft op papier prachtige wetten, maar implementeert of handhaaft ze nauwelijks of helemaal niet. Rwanda wel, rigoureus, als het moet met harde hand.

Het werkbezoek aan Rwanda heeft me een hoop zweetdruppels en kopzorgen gekost, maar het was de moeite waard. Maar ook een schoolreisje met 18 deelnemers en de muzungu als bovenmeester.

maandag 2 maart 2009

't is een vreemdling zeker

Of er misschien niet Nile is, nee, Bell misschien? Nou vooruit, dan maar een Club-biertje. De gast heeft nogal wat te wensen. Maar wie is deze man, die op mijn housewarmingparty het huis is binnengelopen en nu zich de BLT-sandwich goed laat smaken? Is hij net met Rudy en Staf meegekomen? Nee, zeggen die en grappen: 't is een vreemdling zeker, die verdwaald is zeker. Maar zo grappig vind ik het niet. Een vreemd iemand in mijn net betrokken huis, komt hij de boel even verkennen, kijken wat voor waardevolle spullen er staan? Ik ga naast hem zitten en terwijl ik hem indringend aankijk, vraag ik: Who are you? Fine, fine, antwoordt de man, die me duidelijk verkeerd verstaan heeft. No, who are you? Huppeldepup, James, zegt de man zonder blikken of blozen, hoewel dat bij een zwarte man altijd wat lastig is te ontdekken. Ugandezen zeggen hun naam altijd in de officiële documenten-volgorde: eerst de achternaam, dan pas de voornaam. And do you know any of the people here?, vraag ik, omdat ik er zeker van wil zijn dat hij toch niet met iemand is meegekomen. No, no. So what are you doing here? Yes, yes, zegt de man. Mijn collega Edith werpt op dat hij mogelijk dacht dat dit een guesthouse was, omdat er hier voorheen een restaurant in heeft gezeten. En dat hij hier is komen schuilen voor de tropische stortbui die net naar beneden is komen vallen, maar nu alweer bijna over is. Ik los dit op z'n Hollands op, iets wat Afrikanen bijna nooit doen. Directe communicatie, er niet omheen draaien: This is a private party in a private home, you are not invited and I want you out of here as soon as the rain is over, which is right about now. OK, zegt Huppeldepup, James, die nog steeds niet blikt of bloost. Schaamte is ook geen Ugandees begrip. Bovendien, hij heeft z'n eten en drinken op, de buit is binnen. Bij het vertrek zie ik dat hij z'n handen gevouwen voor z'n borst houdt, alsof hij wil zeggen: dankuwel. Graag gedaan en nou opzouten! Net buiten de poort loopt hij naar de bodaboda die al die tijd in de stromende regen op hem heeft gewacht. Die had ik dat biertje en sandwich meer gegund, eerlijk gezegd.

Huppeldepup is een klassiek voorbeeld van een Ugandeze opportunist zoals er zoveel zijn hier en in de hele wereld natuurlijk. Altijd azen op een kansje, niks gemeenschapszin, iets voor een ander over hebben. Als er eten is, of wat geld te verdienen, dan zijn ze van de partij, maar als je ze nodig hebt nooit. Regelmatig staan er weerzinwekkende voorbeelden van in de krant. Hoe zwaar gewonden bij een verkeersongeval – Uganda is na Ethiopië het land met de meeste verkeersdoden – niet geholpen worden, maar wel beroofd. Zelfs de doden worden niet met rust gelaten en helemaal kaalgeplukt. Sommige dingen zal ik nooit begrijpen in dit land. Duidelijk is wel dat echte armoede en pure overlevingsinstincten heel snel de meest elementaire beschavingsvormen kunnen aantasten. En dat is dan inderdaad weer lastig te begrijpen als je nooit armoede hebt gekend en zojuist een nieuw paleisje hebt betrokken.

maandag 16 februari 2009

De jongen en het Water - artikel Anticorruptieweek




Hieronder een artikel dat ik heb geschreven voor het tweede nummer van onze newsletter TRACK. In het Engels, dat wel, alleen niet erg moeilijk Engels, denk ik. Laatste nieuws: nieuw huis, daarover meer in volgende blog.

WATER IS LIFE: Anti Corruption Week 2008 in Uganda

by André Beerda

A boy at a water tap. It is running and the boy gets the water he needs. Nothing wrong with the picture, it seems. But there is more to this picture. The water tap is a shoddily constructed rusty old pipe, where the water is continuously streaming from. There is no stop on the tap. For tens of families in Kabonero Parish near the Rwenzori Mountains this is the only water source they have. Some of them, usually the girls and the women, have to walk for miles a couple of times every day to get to this rusty old faulty tap and carry the heavy jerry cans all the way back home. Is it clean and safe water at least? Hard to tell at first glance. The area around the water tap certainly is not. It is wet and muddy, because of the continuous stream of water. A perfect breeding ground for the mosquito's that can cause malaria, still the number one cause of death in Africa. The community is aware of this, but does not have an alternative, they have to get the water from this improvised water tap right here in this puddle of mud.

A few meters from the boy and the water tap almost the entire community is assembled for a spontaneous discussion with local leaders. The discussion is heated at times, the people seem to feel encouraged to come forward by the presence of their guests: activists from the Rwenzori Anti Corruption Coalition and the national Anti Corruption Coalition Uganda (ACCU) and some international water-experts. It is early December 2008: Anti Corruption Week 2008. The focus is on the water sector and especially here in the District of Kabarole in Western-Uganda. And this is what ACW 2008 is all about. Officially the theme is: Improving Good Governance and Accountability in the Water Sector in Uganda. The theme is well chosen, the water sector is one of the areas that is most affected by poor governance and corruption, especially in procurement. That is were it usually starts to go wrong. When the procurement process is not transparent and contractors get awarded because of their connections and bribery and not because of their expertise, things tend to go wrong further down the line.

The government had promised clean and safe water for all. For a lot of parishes and sub-counties this promise was kept in the past few years and water sources were realized: boreholes, shallow wells, gravity flow schemes. But others are less fortunate, especially those in more remote areas. These communities are still waiting on a water source or have to make do with one that is not functioning properly because it was badly built. According to official government statistics 78% of the people in this region are supposed to have access to clean and safe water. But if that is true, it would imply that still almost a quarter of the people here have no access at all.

The Water Sector is well chosen for another reason. Unofficially the theme of ACW 2008 is: Water is Life. And here in these remote areas of the Kabarole District that becomes as clear as the mountain water from the Rwenzoris. Here at the faulty water tap in the puddle of mud, the breeding ground for malaria-mosquito's, good health and therefore life is immediately threatened. Apart from malaria there are other health risks that are linked to the absence of clean and safe water: typhoid and cholera for instance. Some people from nearby Rwimi for instance drink and use water from a dirty river, simply because they have no choice; the water tap in town is not working. These same rivers and streams are open sewerages that are also used for bathing, washing, cleaning cars and motorcycles and water holes for cattle. According to a study by students of Mountains of Moon University in Fort Portal, Rwimi has the dirtiest and most unhealthy water in the whole country.
Not far from here, in Kasenda Sub county, for many people the crater lakes are the only available water source. If there are any alternatives at all these are often badly built and maintained. Only some people can afford to spend the hundreds of Shillings it costs daily to get proper water. The Crater Lakes are infested with bilharzia, which poses another serious health risk. Bilharzia if not treated can kill people.
In Kasenda Sub county an expensive water supply project was realised by the regional water company. It looks impressive. The only thing is, it does not work. The state of the art pump that has been installed does not run for lack of fuel. The fuel these days is expensive and the people cannot afford to pay for it. And even they could, this project is not theirs, they have never been consulted or involved in the project, so they are not willing to pay for it.
Apart from this, not involving all of the people, can cause other problems. Like in Rwimi Sub County, where some water pipes have been cut by people who were jealous because they were not going to profit from the scheme. Because of the destruction the water distribution is frustrated and now nobody profits.

Scarcity breeds conflict. Lack of information and participation from the communities do too. If not all of the people are properly informed and involved in a new water project, things tend to go wrong. The communities themselves really have to own these water sources. And they have to be educated and understand that they are responsible themselves for the proper use and maintenance. Experience elsewhere has shown that this can really work and that people are prepared to pay fees for maintenance of the sources. In these cases fees have been paid to local authorities, but often the service has been disappointing at best. On several occasions during Anti Corruption Week this issue comes back during the public forums. It is understandable that sometimes these discussions get heated. People distrust authorities and water companies, they have not received what they had been promised, they don't understand why and sometimes, rightly or wrongly, they suspect corruption. Sometimes it is, sometimes not. At any rate, lack of transparency will enhance the distrust of the people. RAC has to follow up on these cases to determine if it is corruption or not and to demand for transparency and accountability from the authorities. And this brings us back to the theme of the Anti Corruption Week 2008: Improving Good Governance and Accountability in the Water Sector in Uganda.

For good governance it is essential that authorities do what they have promised to do and explain to the communities what they can expect. The chief guest at the Kibiito public forum, the Honourable Amina Kaija, Secretary for Finance Planning in Kabarole District, referred to the promise The President had made before that every parish will receive access to clean and safe water. She announced that a new initiative under the Western Water Project will soon take off and this is expected to increase the water sources in Rwimi and Kibiito, among other sub counties. She said that the money for this had already been allocated by Central Government and that construction is about to begin. Whether this project will soon be realised, everyone in Rwimi and Kibiito will be able to witness. And of course RAC monitors certainly will keep a close eye on it.

The Anti Corruption Week 2008 was a success. The processions with the marching bands, the entertaining forum theatre displays and the informative public forums attracted a great number of people. They turned up because this is about something essential to their lives: access to clean and safe water. Not just for the ones who can afford it, but for everyone. Like the woman who lives in a remote part of Rwimi Sub county and has to get up at three in the morning every day to get water. And like the boy at the faulty water tap in Kabonero Parish.

======================================================================
Cadre: The Rwenzori Anti Corruption Coalition (RAC) is a civil society organization, based in Fort Portal, Western Uganda. Officially founded in 2002 and operational since 2003 its aim is to bring together all anti-corruption activists in the Rwenzori region of Western Uganda. By now it is one of the most active and successful anti-corruption organizations in Uganda. It has over 450 members in 5 districts, who monitor, report and fight corruption in their own communities. André Beerda is a Dutch VSO (Voluntary Service Overseas) volunteer who advises RAC Secretariat on documentation, information and communication. For more information on RAC http://www.racug.info/ and on VSO http://www.vso.org.uk/ and http://www.vso.nl/

zondag 18 januari 2009

Vincent



Dit is Vincent, mijn hulp in de huishouding zeg maar, sinds Alinda in november opeens werd weggehaald door huisbaas K. Vincent is 22 jaar geworden op 1 januari, toen ik met een grote groep vrienden en bekenden met een groot kampvuur het Nieuwe Jaar inluidde op de compound rond mijn huis. Vincent was daarbij, hij lachte nog meer dan hij anders al doet en hij werd, net als z'n buurjongen Chris (2de van links op de foto, de hulp van mijn buurman Lieven) zowaar een beetje dronken, niet gewend aan de alcohol dat bij zo'n feestje hoort. Tot diep in de nacht, terwijl de overige gasten allang vertrokken waren, hebben ze nog rond het vuur gezeten, gelachen en gedronken. Vincent leek gelukkig en was het misschien ook wel op dat moment.

Een week later vraagt hij of hij wat vroeger dan anders het huis schoon mag maken en de was mag doen. Hij kan het geld goed gebruiken, wil naar zijn stiefmoeder die in het ziekenhuis in Kyenjojo ligt, ongeveer een uur hier vandaan. Zijn hele familie woont daar, maar Vincent werkt al sinds z'n 16e in Fort Portal, het laatste jaar voor mijn huisbaas K. Hoewel hij slim is en behoorlijk goed Engels spreekt, heeft hij de middelbare schoolopleiding moeten afbreken omdat er geen geld meer was. De officiële statistieken geven aan dat het aantal schoolgaande kinderen in Oeganda enorm is gestegen in de afgelopen jaren; dat er vooral in Secondary School (middelbare school) veel drop-outs zijn omdat het schoolgeld niet meer kan worden opgebracht, zie je niet terug in die officiële cijfers.

Vincent verdient het schamele bedrag van 60.000 Shilling (ongeveer 24 euro) per maand. Ter vergelijking: dat is maar 4 keer mijn dagvergoeding en daarmee kom ik niet uit, Fort Portal is net als Kampala vrij duur. Voor dat magere loontje moet hij dag en nacht klaar staan, over de compound waken, de tuin verzorgen en het winkeltje runnen. Hij slaapt in de golfplaten keet waar Tom (zie de blog De Hut van Neef Tom) tot voor kort verbleef. 's Nachts is het koud, vertelt Vincent als ik hem er naar vraag. De goedlachse, wat verlegen jongen is de afgelopen weken steeds meer vertrouwd geraakt en praat nu openlijker over z'n leven. Maar nauwelijks over de toekomst. Wat zou hij willen in het leven, waarvan droomt hij? Hij kijkt me vragend aan, hoe bedoel je dat? Dit is het, verder kijken heeft geen zin. Ik vraag het hem omdat hij aangeeft het liefst weg te willen, een nieuwe betrekking, het liefst bij een muzungu want die betalen beter. En die klootzak van een K. (mijn grote vriend de huisbaas) heeft hem al twee maanden niet betaald.

Gistermorgen (zaterdag 17 januari) staat hij om 10 uur voor m'n deur. Overstuur, bang. Een man en een oudere vrouw staan even verderop bij de auto die al een eeuwigheid doelloos op ons terrein staat. De auto is van K., hij heeft er maandenlang niet naar omgekeken, maar blijkbaar nu ineens nodig. De linker koplamp is stuk en dat is de schuld van Vincent. Zeggen de man – de chauffeur van – en de vrouw, de moeder van K. Vincent legt uit dat hij eerder die morgen de auto, die blijkbaar een lege accu had, heeft aangeduwd, samen met Chris, de buurjongen. Toen was er niets mis met de koplamp, dat zweert hij. Ik vermoed dat de chauffeur die met de auto is gaan rijden, zelf verantwoordelijk is, maar de toorn van zijn baas niet over zich heen wil krijgen en het dus afschuift op Vincent. Weet u wel wat zijn werk is hier?, vraagt hij mij. Hij wordt ervoor betaald om op te passen, dus is het zijn schuld. De moeder van K. knikt, hoewel ze alleen maar Rutooro spreekt. Ik geloof Vincent, die aangeslagen naast me staat, zwaar geïntimideerd door de man en de vrouw. Ze willen dat hij hiervoor opdraait. Ik ben steeds pissiger geworden en reageer mijn niet onaanzienlijke ochtendhumeur af op de man en vrouw, die Vincent willen meenemen naar de politie. Ik weet dat het bluf is en zeg dat ze vooral naar de politie moeten gaan, maar dat Vincent hier blijft en dat ik hem alle hulp geef en zo nodig een advocaat voor hem inschakel. Of ze helemaal gek zijn geworden om die jongen zo bang te maken. En zeg tegen die K. dat hij hem eerst maar eens fatsoenlijk moet betalen!
Ik loop weg naar m'n huis en Vincent volgt. Ga zitten, wil je wat drinken? Ik leg hem uit dat hij nergens bang voor hoeft te zijn en dat als er ook maar iets is, hij mij erbij moet roepen. Hij is nog overstuur en stamelt dat K. straks zwaaiend met een pistool hierheen komt. Dat zal zo'n vaart niet lopen, zeg ik, bovendien is hij banger voor mij dan ik voor hem. Ik ken dat soort, op m'n werk hebben we er regelmatig mee te maken. Maar als hij bang is, moet hij die middag naar naar de buren gaan, ik ben namelijk weg.
Als ik 's avonds thuiskom, zit Vincent in de winkelkeet aan de weg, met een paar vrienden. Hij is kalm, zegt dat hij 's middags K. nog wel gezien heeft, maar dat die niet meer heeft gedaan dan schelden. Hij heeft z'n baan nog, maar wil nu helemaal weg. Ik heb hem al beloofd iedereen die ik ken te vragen of ze nog een goede hulp kunnen gebruiken (de gangbare term 'boy' krijg ik niet over m'n lippen) en vraag of ik K. moet aanspreken op het achterstallige loon, dat hij waarschijnlijk nooit meer krijgt. Omdat natuurlijk niets op papier staat, zal het moeilijk worden ergens zijn recht te halen, in Oeganda is Vrouwe Justitia misschien bijziend, maar zeker niet blind. Vincent denkt na over mijn voorstel en zegt: nu maar even niet. Verstandige jongen, nu krijg je toch niets gedaan bij die klootzak.
Naschrift 28/1/09: Vincent is wat assertiever te worden. Hij is afgelopen maandag naar K. gegaan om de huur van een van mijn buren af te geven. K. had hem gezegd dat de huurders eerst moeten betalen en dat hij dan pas Vincent zal betalen. Pure chantage, natuurlijk. Vincent heeft de huur afgegeven en een maand loon ingehouden. Hij vertelde dit maandagavond glunderend met woorden die hij van mij geleend heeft: I will use every trick I can. Die jongen begint het te begrijpen...

maandag 29 december 2008

hippohyper







Wat is dat? Grrzzm, grrrzzzm, kazjuunk,katjuunk. Ik ben wakker geschrokken van een geluid dat ik niet thuis kan brengen. Het is donker in de tent. Ik ga rechtop zitten om me te orienteren. Het is m'n eerste nacht op de Red Chilli Camp in Murchison Falls National Park. Weer dat geluid. Grrzzzm, grrzzzm. Is het de wind die tegen de tent aan beukt? Nee, het lijkt wel een enorme combine die balen stro aan het verwerken is. Het is een beest, een groot beest, vlak naast de tent. Een wrattenzwijn, nee groter, een baviaan..? Ik denk er niet aan om de tent open te doen, in ieder geval niet voordat ik weet wat het is. Niet verroeren, geen onverwachtse geluiden maken, licht uit, kalm blijven. Red Chilli Camp ligt zo'n anderhalve kilometer van de ferry landing op de zuidoever van de Victoria Nijl. Zou het...nee, dat kan niet...hoewel, het kan wel, maar nee, dat zal toch niet.

Na een aantal minuten zie ik ineens het licht van zaklampen, het geluid van het beest lijkt nu verder weg. Wat is hier aan de hand? Eruit, kijken... nee, nog even wachten. Het lijkt weg, ik ga weer liggen op het slaapmatje waaruit inmiddels alle lucht is verdwenen. Maar ik houd me ogen open, hoewel ik vrijwel niets kan zien. Net als ik weer weg dreig te dommelen, is het er weer. Grrzzzm, katzjuunk, grrrzzzm. Staat het tegen de tent aan, zie ik de zijkant van de tent bollen daar? Nee, dat beeld ik me vast in. Wat is dit?

Ik slaap uiteindelijk in en als ik de volgende morgen m'n tent uit kom, lijkt er niets aan de hand. Heb ik gedroomd? Nee, ik was wakker, dit is echt gebeurd...toch? M'n buurman Lieven is gaan vissen, z'n vriendin Mercy zie ik even later op het terras van Red Chilli. Ze heeft slecht geslapen, midden in de nacht wakker geworden van ...iets. Lieven heeft overal doorheen geslapen.Wat was het, hé dacht jij dat ook, maar dat zal toch niet?

Een Nederlandse vrouw die in een huisje naast onze tenten zat, vraagt ons: heb jullie dat ook gezien vannacht? Ze hoorde geluid, buiten, deed het raampje van haar cabin open en keek recht in de ogen van een ...nijlpaard. Een mama nijlpaard met een baby nijlpaard bij zich, vlak naast onze tenten. Het land opgekomen op zoek naar vers gras, zoals ze dat elke nacht doen. Die enorme beesten eten aardig wat gras. Maar waarom uitgerekend op Red Chilli Camp en dan nog vlak naast onze tenten.

De hele camping is die nacht blijkbaar uitgelopen. Iedereen wilde het zien. Niemand die zich blijkbaar realiseerde dat al die zaklampen de nijlpaarden aan het schrikken kunnen brengen. En als er een wet is in het wild, dan is het dat je de dieren nooit aan het schrikken moet brengen. En zeker geen nijlpaarden, die lopen overal dwars over- en doorheen als ze verstoord worden. Nijlpaarden zijn in Oeganda verantwoordelijk voor de meeste dodelijke slachtoffers in het wild. Vergeet leeuwen, luipaarden of krokodillen, hippo's zijn het gevaarlijkst. En al helemaal als het een mama hippo met baby betreft. Een gids vertelt me later die dag dat het vaker voorkomt dat ze de camping opkomen. Zolang je ze niet verstoort, is de kans klein dat er iets gebeurt. Maar ik denk alleen maar aan wat er had kunnen gebeuren als dat enorme gevaarte een paar centimeter verderop was gaan stappen. Die avond duurt het wat langer voordat ik de slaap kan vatten...

woensdag 17 december 2008

foto's Anti Corruptie Week







Paar foto's van de succesvolle Anti Corruptie Week, thema is het komende jaar Water omdat er in deze sector veel corruptie plaatsvindt. Optocht met mascotte, mijn coordinator Angela met nationaal (ACCU) coordinator Jasper en jochie bij een provisorische waterkraan die niet wil stoppen waardoor water verspild wordt.

dinsdag 16 december 2008

Joseph

(niet door kinderen laten lezen)
Joseph heette hij. Joseph Kasirye, 12 jaar. De verloren zoon, alleen deze Joseph keerde nooit meer terug bij zijn familie, in dit geval de grootvader bij wie hij leefde. Eind oktober was hij ineens weg, niemand die wist waar hij was. Opeens verdwenen, zoals vaker kinderen hier zomaar verdwijnen om nooit meer terug te keren. Officieel tientallen per jaar, maar waarschijnlijk zijn het er veel meer.

Joseph blijkt ritueel geofferd, waarschijnlijk in opdracht van een rijke zakenman uit Kampala. Hij is gedood door zijn buren die een paar miljoen Shillings dachten te krijgen van de zakenman, in ruil voor het hoofd en de genitaliën van de jongen. Een offer voor een nieuwbouwproject van de zakenman. Zo'n offer brengt geluk, is de hardnekkige overtuiging van veel Afrikanen.
Niet alleen de achterlijke, niet opgeleide Afrikanen in de buitengebieden geloven in dit soort witchcraft of hekserij. Nee, deze witchdoctors of toverdokters - soms ook wel herbalists of kruidenmengers genoemd, hebben hoogopgeleide, rijke en machtige mensen in hun klantenkring. Hoewel iedereen weet wie het zijn en dat ze zich inlaten met allerlei duistere en illegale praktijken, worden ze niet aangepakt door de politie, justitie of overheid. Tenzij het echt niet anders kan en het onthoofde lichaam van een 12-jarig jongetje wordt gevonden. Maar zelfs dan moeten we afwachten wat er gebeurt. Een columniste verwonderde zich laatst in de Daily Monitor over de grijns op het smoel van de zakenman toen hij door de hoogste politiebaas aan de pers werd getoond. Weet deze man al dat hij toch niet zal worden veroordeeld? Ik kan het me bijna niet voorstellen, zelfs niet in dit land waar de voorbeelden van klassenjustitie talloos zijn. De bewijzen tegen de zakenman stapelen zich op. Het gearresteerde echtpaar, de witchdoctors die de jongen hebben vermoord, hebben alles opgebiecht en hem als hoofdverantwoordelijke aangewezen. Ze hadden maar een paar honderd duizend Shillings gekregen in plaats van de beloofde twee miljoen.

Door dit verhaal zijn er meer zaken naar boven gekomen. Een 8-jarig meisje dat volgens een getuige levend in een bouwput is gegooid, waarna beton over haar heen is gestort. Een ontvoerd jongetje dat net op tijd aan zijn kidnappers weet te ontsnappen. En talloze verhalen van ouders van vermiste kinderen.
Dat het verhaal van Joseph al weken lang voorpaginanieuws is, is misschien een goed teken. Natuurlijk, het is ook een sensationeel verhaal waar de pers en de lezers van smullen. Maar los van die cynische observatie is het ook goed dát er over geschreven wordt en dat deze achterlijke en weerzinwekkende praktijken aan het licht komen. Dat er afstand van wordt genomen door opinieleiders uit alle lagen van de samenleving. En dat regeringsfunctionarissen ter verantwoording worden geroepen omdat ze wel met de mond belijden hoe verschrikkelijk dit is maar geen poot uitsteken om er echt iets aan te doen. Het is niet een uitsluitend Ugandees verschijnsel trouwens, in heel Afrika is dit een enorm probleem. In Ivoorkust verdwijnen nog veel meer kinderen, tientallen maandelijks, zeker vlak voor de verkiezingen, een geofferd kind brengt immers geluk en dat kan een politicus goed gebruiken. In Tanzania (en waarschijnlijk elders ook) worden albino's vermoord omdat hun lichaamsdelen bijzondere krachten zouden kunnen opwekken. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Natuurlijk, ieder land heeft z'n cultuur en zijn tradities, daar moet je begrip voor hebben. Maar ergens is een grens. En die is in dit geval al ver overschreden, wat mij betreft. Geen ruimte voor politiek correcte nuances, aanpakken die handel!