dinsdag 16 december 2008

zondagmiddaggevoel

Ken je dat? Een typisch zondagmiddaggevoel. Lekker weertje, fraaie uitzichten, fluitende vogeltjes, niks bijzonders aan je kop, lekker niksen en goed gezelschap. Meer moe da niet zijn, zeggen de Vlamingen dan. Ik had het afgelopen zondag. Begon al 's ochtends, stond laat op (10 uur) omdat ik even wat slaap moest inhalen. Gooi plens water in m'n gezicht, vergeet m'n dagelijkse Malarone-pil (maak ik later goed, geloof ik, of toch niet...?), zet koffie en toast de laatste stukken brood in de pan, omdat de stroom uitgevallen is en de toaster dus niet werkt. Maakt niet, heb geen stroom nodig nu. Deur open, ik voel lichtjes de stralende zon maar die is nog niet op volle oorlogssterkte en m'n stoep die voor mij een veranda is geworden staat nog in de schaduw. Sigaretje erbij (ironische merknaam Sportsman), dampende koffie en beetje voor me uitstaren. Even checken wat er in de wereld is gebeurd. Vind niet meteen BBC op de Wereldontvanger. Maar hoor ineens wel luid en duidelijk een stem die ik herken: Menno Bentveld van het VARA-radioprogramma Vroege Vogels. Huh, hoe kan dat, wist niet dat dit ook door Wereldomroep wordt uitgezonden. Bijna perfecte ontvangst ook. Beschaafde conversatie over vogeltjes en moerassige landjes die moeten wijken voor de ambities van projectontwikkelaars, afgewisseld door aangename muziek. Over een typisch zondaggevoel gesproken, VV hoort daar wel bij voor veel Nederlanders die zondags vroeg uit de veren komen. Ik hoor daar normaal niet bij, maar heb nu het gevoel dat ik er even bij ben, daar in het Capitool bij Hilversum, vanwaar het programma wordt uitgezonden. Al ben ik dan de enige die er in shorts bijzit, de warmte van de zon voelt en een spectaculair uitzicht op de bergen heeft, dat dan weer wel.

Ik ben gisteren uitgenodigd om de eerste verjaardag van Lim mee te vieren, de dochter van de Belgen Tom en Katleen die kort na mij in Fort Portal zijn komen wonen. We hebben er laatst als Nederlandse-Belgische gemeenschap al Sinterklaas gevierd, compleet met surprises en gedichten. Nederlanders (en Belgen) trekken hier veel met elkaar op en oude tradities worden dan vanzelfsprekend geëerd. Dit keer heb ik geen cadeautje, de uitnodiging heb ik pas laat gekregen omdat ik de email niet kon checken. Geen nood, staan prachtige bloemen in m'n tuin, maak daar een fraai boeketje van. Gaat om het gebaar tenslotte en Lim, die vindt alles best.
Die middag is zo'n typische lazy Sunday afternoon. We drinken, eten en kletsen wat en hebben het goed. Het gezelschap is aangenaam, het weer is prachtig en de ruime tuin is ideaal om te voetballen met Emiliano en Amaya, de kinderen van de Nederlandse Marieke en de Guatemalteek Eric, bij wie ik laatst in Kampala een nachtje in hun heerlijke huis heb gelogeerd, voordat ik de volgende dag in Entebbe als de donker gekleurde helpende hand van de Goedheiligman mocht aantreden. Die domme Bakker Piet bakte er een aardig potje van, liet de taart uit z'n hand vallen, werd belaagd door een horde kinderen die de zak met pepernoten wilden bemachtigen en werd uiteindelijk overeind gehouden door Emiliano die angstvallig wilde voorkomen dat die domme Piet de tweede taart ook uit z'n handen zou laten vallen. Emiliano (6 jaar) beseft gelukkig niet dat hij een week later met Bakker Piet staat te voetballen. Hij geniet zoals ik geniet en zoals ik een week daarvoor in Entebbe ook genoot.

Later die middag eten we nog even soep met brood en kaas (Hollandser kan niet) bij Ieneke en Maurice, mijn overburen, voordat we naar een liefdadigheidsconcert gaan. Concert stelt niet zoveel voor – niemand geneert zich hier voor onbedaarlijk vals zingen - maar we zitten lekker in de zon en nemen nog een biertje. Meer moe da niet zijn, heerlijk zo'n zondagmiddaggevoel.

P.S. Suggestie voor de Kerstman of andere weldoeners: films & tv-series (wie heeft de complete serie West Wing?) op DVD, doe je een arme volunteer heel veel plezier mee!

zondag 7 december 2008

witte neger wordt zwarte neger




Even een kleine update na weken van afwezigheid (veel weg, te druk en onbetrouwbaar internet). Alinda heeft een prachtige nieuwe fiets en nieuwe kleren, zijn extra inkomsten zijn goed besteed. De oude man is uit de gevangenis. En ik heb een koelkast, wat een waar genoegen is, als er stroom is tenminste. De douche is nog steeds niet verwarmd, maar daar went een mens aan. Bij RAC hebben we net een succesvolle Anti Corruptie Week afgesloten. En ik heb twee weken in een snikheet en druk Kampala gebivakkeerd voor een vervolgtraining van VSO die korter had gekund en een motortraining die overbodig was. Maar ik mag nu wel legaal op een motor rondrijden en over een paar weken verwacht ik een Honda 125 cc, die me in de omgeving van Fort Portal goed van pas zal komen. Nu nog zien op die inderdaad ook komt voor de Kerst, want dit is wel Afrika natuurlijk…
Na een dikke twee maanden heb ik vanzelfsprekend een kleurtje gekregen. Maar in het dagelijkse leven ben en blijf ik natuurlijk een witte neger. Maar gisteren was ik even een zwarte neger. Met nog drie anderen was ik zwarte Piet bij de aankomst van Sinterklaas in Entebbe. Niet per stoom- maar per speedboot, but who cares. Het werd een geweldig Sinterklaasfeest voor de kinderen van de Nederlanders, Belgen en Fransen in Kampala en omgeving. De foto die je hierbij ziet is van net na afloop, waarbij we er nog niet in geslaagd zijn om de schmink af te halen. * Foto daarboven is nagekomen, Bakker Piet komt aan op de boda!

zaterdag 15 november 2008

De Vijf en Een Safari met Sores

















Donkere wolken pakken zich samen boven de noordelijke savannen van Queen Elisabeth National Park in het Zuidwesten van Oeganda, aan de grens met Congo. Dat klinkt als het begin van een goedkope, maar spannende avonturenroman uit de Kuifje-reeks of de jeugdserie De Vijf. De ingrediënten: vechtende olifanten, vastzitten in the middle of nowhere, loerende leeuwen in het donker en ...Wie is The Big Dick?

Het begint allemaal zo voorspoedig, als een fantastisch avontuur waarin De Vijf zich kostelijk vermaken in hun Afrikaanse achtertuin, het Queen Elisabeth National Park, op nog geen twee uur rijden van hun woonplaats Fort Portal. Alwaar ze oog in oog komen met (veel) olifanten, buffels nijlpaarden, krokodillen, allerlei soorten antilopen, de meest waanzinnig uitgedoste vogels en als grande finale: een leeuwin met een nest welpen.
De Vijf zijn: de Engelse Olwin (een gematigde versie van Mildred -kwek-kwek-kwek en yep-yep-yep-van de Britse comedyserie George en Mildred), De Uruguayaan Mauro en de Slowaakse Katarina (een jong stel dat allebei in de VS -Maine- heeft gestudeerd) en de Nederlanders Nynke en André. Op stap met de Toyota-bus van het weeshuis van Carol, de tijdelijke werkgever van Mauro en Katarina. De bus heeft net een uitgebreide service-beurt gehad, dus ze verwachten daarmee geen problemen in het uitgestrekte park dat aan de grens met het onrustige Congo ligt. Iets ten Zuiden van dit park ligt Isasha, waar duizenden vluchtelingen uit Congo een veilig heenkomen hebben gezocht, op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Maar daar merken De Vijf dit weekend helemaal niets van, als ze zich vergapen aan de The Lion King in het echt. Of als ze aan het einde van de middag neerstrijken op de comfortabele ligstoelen op het terras van de luxe Mwueya Lodge, met fraai uitzicht over Lake George. De Vijf hebben een 'goedkoop' huis gehuurd bij het hostel vlakbij, maar ze permitteren zich de weelde van Mwueya Lodge en laven zich 's middag aan een heerlijke lunch en 's avonds aan een al even copieus en heerlijk diner. Het zwembad laten ze voor wat het is, de 20.000 Ush (ongeveer 20 oude Nederlandse guldens) voor een dip in the pool, dat vinden ze wat teveel van het goede.

Als ze de volgende ochtend dankzij de gids (of eigenlijk zijn concurrent die ze eerder hebben afgewezen, maar die ze onderweg tegenkomen) ook nog aan het einde van de ochtend-safari een nest jonge leeuwen met hun moeder tegenkomen (vader is zoals gewoonlijk nergens te bekennen), kan hun avontuur niet meer stuk. Ze komen nog wat bij op de ligstoelen van Mwueya Lodge en besluiten aan het begin van de middag de reis huiswaarts te aanvaarden. Met een omweg weliswaar, want De Vijf hebben de tip gekregen dat ze beslist de Kratermeer-route niet mogen missen. Die loopt door het weinig bezochte Noorden van het QE NP en komt uit bij de Evenaar, waar ze weer aansluiting zullen vinden op de hoofdweg naar Kasese en Fort Portal. Maar wacht, wie loopt daar midden op de weg in deze niet ongevaarlijke omgeving? Het is een jonge vrouw, Atwoki, die in het park blijkt te werken en al 4 maanden geen salaris heeft ontvangen en nu terugkeert naar haar familie in Saka bij Fort Portal. Ze heeft besloten niet terug te gaan naar het werk voordat het achterstallige loon is betaald. Atwoki is niet bang om hier te lopen tussen de wilde dieren, als ze die ziet, wacht ze gewoon even totdat ze voorbij getrokken zijn en dan loopt ze verder. Maar leeuwen of luipaarden, die zie je vaak pas als het te laat is en ze toeslaan. Die houden zich niet aan de spelregels, wat dat betreft, hoewel ze overdag weinig actief zijn en vooral 's nachts jagen. De Vijf besluiten Atwoki mee te nemen, ook al omdat het een flinke voettocht door het park naar de hoofdweg is en omdat ze toch naar Fort Portal gaan. Maar wel met een omweg, als ze dat geen bezwaar vindt. Atwoki vindt het prima, die wordt gratis en voor niets naar Fort Portal gereden en is thuis voordat het donker is. Althans, dat denkt ze...

Als ze even op weg zijn en de weg steeds slechter begint te worden, begrijpen ze waarom de parkwachters hen al wat met ongeloof aankeken. Links is naar Congo, rechts is naar de hoofdweg. U wilt rechtdoor, hoezo rechtdoor? Na een kwartier over het hobbelige pad wordt de eigenzinnige keuze echter beloond. In een dal beneden zien De Vijf een sliert van zwarte stippen die langzaam dichterbij komt. Het is een karavaan olifanten op migratie. Wacht, daar is er nog een en daar achter nog een. Op de een of andere manier is dit nog indrukwekkender dan de olifanten die ze van dichtbij hebben gezien. Het landschap wordt ruiger, de uitzichten nog fraaier. Dan stuiten ze opnieuw op olifanten, dichtbij dit keer. Iets te dichtbij, bedenken ze als ze twee mannetjes met elkaar zien vechten. Achteruit rijden is geen optie op deze weg en keren al helemaal niet. Wachten is het devies, vooral geen aandacht trekken. Het laatste wat ze willen, is aangevallen worden door de olifanten. Ze herinneren zich het noodlot van een groep Fransen die onlangs in Murchison Falls NP zijn aangevallen door een groep olifanten en die uiteindelijk zwaargewond uit hun gekieperde voertuig zijn gehaald. Gewoon omdat ze de pech hadden – net als De Vijf - net iets te dicht bij de bruine mastodonten in de buurt te komen, iets wat ze niet van plan waren, maar dat kan gebeuren in de wildernis. Dit is niet De Beekse Bergen of het Noorder Dierenpark, tenslotte. Olifanten zullen zelden aanvallen, maar als je te dichtbij komt, willen ze nog wel eens met geweld hun territorium afbakenen, zeker als er babyolifanten bij zijn.
De mannetjes hebben het te druk met elkaar als De Vijf even later toch voorzichtig voorbij rijden. Ze hebben geen keuze, het is nog een flinke rit en ze willen niet 's nachts in het park vast komen te zitten. Even later lijkt het erop dat precies dat toch wel eens zou kunnen gebeuren. De weg is steeds slechter en steiler geworden en ze hebben al een paar keer tijdelijk vastgezeten, als de Toyota bus tenslotte helemaal niet meer vooruit lijkt te komen. Nadat ze met alle macht de auto toch in z'n eerste versnelling vooruit hebben geprobeerd te krijgen, ontdekken ze wat het probleem is. De wielen zijn vrij, maar de bodem van de bus zit vast aan de grond. Wat nu? Twee van De Vijf gaan te voet vooruit – niet te ver, wat dit is wel een wildpark - om te kijken of de weg nog slechter wordt verderop. Ze hebben geen idee hoe ver ze nog moeten om het park uit te komen, wat staat hen nog meer te wachten? En de wolken boven de noordelijke savannen worden steeds donkerder, als het straks flink losgaat, worden de wegen helemaal onbegaanbaar. De Vijf besluiten de auto voorzichtig los te trekken en voorzichtig achteruit te rijden, wat ook niet geheel risicoloos is. Met horten en stoten en kunst en vliegwerk lukt dat uiteindelijk. De route terug terug blijkt minder lang te duren als gedacht, als het meezit zijn ze nog voordat het donker wordt het park uit. En de regen valt gelukkig mee. Dan ontdekt Katarina, die over ware arendsogen blijkt te beschikken, even voorbij een bocht in de weg opnieuw een kudde olifanten die de weg oversteken. Geen idee hoeveel het er zijn, ze mogen van geluk spreken dat Katarina ze op tijd heeft ontdekt, anders waren ze de bocht omgegaan en recht op de olifanten afgereden. So cute, heeft Arendsoog steeds geroepen als ze weer een nieuwe groep olifanten ontdekte. Maar dit is minder cute, iedereen is toch wat gespannen en ongerust. Over de olifanten, over de duisternis die over niet te lang zal invallen. Hoe lang gaat dit duren, zijn ze toch niet te dichtbij, moeten ze nog wat achteruit, hoeveel olifanten zijn er?
Als ze de babyolifanten voorbij hebben zien komen, wagen ze het erop. Even later rijdt een landrover voorbij met een Zweed die ze geen blik waardig gunt. Die kerel zijn ze die ochtend al tegengekomen bij Mwueya Lodge. Zo'n type dat om half 11 in de ochtend erover klaagt waar zijn tweede Martini blijft. Toen Nienke en André aan de overkant van het water een flinke groep badende olifanten ontdekten, snoefde hij: dat is niet groot, ik heb eerder een groep van 50 olifanten gezien. Wie heeft de langste, dat type, denken Nienke en André die hem omdopen tot The Big Dick. Hij lijkt een verkenner te zijn voor een filmploeg die De Vijf even verderop tegenkomen, ter hoogte van de plaats waar ze eerder de karavaan olifanten hebben gezien in de vallei beneden. De filmploeg lijkt daar geen weet van te hebben en rijdt snel door om ongetwijfeld fraaie plaatjes te maken van een zonsondergang op de Afrikaanse steppen. En fraai is het, het beeld van het heldere licht van de vallende zon op het goudgele gras, de uitgestrekte vallei met de felgroene bomen en de majestueuze bergen in de verte.

Ze zijn opgelucht als ze even later nog bij licht het park verlaten. De opluchting is van korte duur als de auto plots niet meer in z'n versnelling gaat en ze stranden nog voordat ze de bewoonde wereld – Kasese - hebben kunnen bereiken. Het is donker inmiddels en dit mag dan een hoofdweg zijn, maar die doorkruist het park. Er zijn geen hekken, wie weet liggen er wel leeuwen te loeren aan de kant van weg, die wachten op hun avondmaaltijd? Het zijn roofdieren tenslotte, die 's nachts jagen. Wat te doen, hier is geen Wegenwacht die je even kunt bellen. En meeliften met een van de auto's die voorbij razen, daar lijkt niemand voor te voelen. Behalve dan misschien Atwoki, die al uren stil achterin heeft gezeten en steeds ongeruster is geworden. Zij wil beslist naar Fort Portal, vanavond nog. Uiteindelijk stopt er een taxi-busje en De Vijf geven haar geld om naar Kasese en hopelijk nog naar Fort Portal te komen. De Vijf hebben zich er al bij neergelegd dat hen dat niet meer zal lukken vanavond. Eerst maar eens op een donkere zondagavond in the middle of nowhere naar de bewoonde wereld zien te komen. Met de bus, want die achterlaten om 'm morgen met een auto van een garage op te halen, is geen optie. Dan istie verdwenen of op z'n minst totaal gestript. Gelukkig kent Nienke iemand in Kasese, die weer een man met een garage kent die toezegt hen op te komen halen. Zo snel mogelijk, maar dat kan van alles betekenen in Afrika. Ondertussen wordt het steeds later en De Vijf houden de moed er in door spelletjes te spelen en te lachen. Altijd blijven lachen. Alleen Olwin houdt zich opmerkelijk stil. Elk nadeel hep z'n voordeel, zou Cruyff dan zeggen. De Vijf wachten buiten de bus (de mogelijke leeuwen lijken allang vergeten) op de garageman die zo'n twee uur later uiteindelijk komt en met een ingenieuze constructie (een boomstam) de bus naar Kasese sleept. Zitten hier eigenlijk leeuwen?, vraagt André dan nog even voor de zekerheid aan de garageman. Ja hoor, overal, antwoordt die laconiek, wat dacht jij dan?

De volgende middag, na een nacht in een comfortabel hotel te hebben doorgebracht, gaan De Vijf uiteindelijk weer op weg naar Fort Portal. Een hele reeks (geweldige) ervaringen rijker en een paar honderdduizend shillings aan reparatie- en hotelkosten armer. Maar wie kan dat nou schelen, als je een karavaan olifanten hebt gezien? So cute...

woensdag 5 november 2008

De Hut van Neef Tom



Ik loop naar huis, het is prachtig weer en nog vroeg, rond half zes, nog zo'n anderhalf uur licht. Geen wolk te bekennen, dus voorlopig zal het niet regenen. Verderop zwaait iemand naar me. Ik zwaai terug maar kan niet goed zien wie het is. Gebeurt vaker, steeds meer lokalen beginnen me te herkennen en niet altijd herken ik ze meteen. Of ze roepen wat en ik hoor of versta het niet. Oryota (hallo/hoe gaat het?), Arali (mijn koosnaam), riep de schoonmaakster van het werk laatst op straat. Maar ik had haar niet gehoord. Vrouw vervolgens beledigd, hoorde ik later, of op z'n minst niet boos maar dan toch wel teleurgesteld. Of ze denken dat zodra je een paar woorden RuTooro kent, dat je meteen ook de taal spreekt, terwijl ik alleen nog maar een paar beleefdheden redelijk uit m'n strot weet te krijgen. Beginnen ze een heel verhaal en ik maar knikken en eeeh, eeeh zeggen. Levert grappige misverstanden op. Krijg ik een gefrituurde sprinkhaan aangeboden, niet m'n lievelingskost maar ik ben geen mietje en eet dus het beestje op, exclusief de kop, dat dan weer wel. Blijkt dat ik juist de kop moet hebben, veel knapperiger, en juist niet het achterlijf. Grote hilariteit. Die sprinkhanen beginnen trouwens een aardige (bijna Bijbelse) plaag te worden. Alsof Onze Lieve Heer Job nog een keer wil testen, strijken ze in grote getalen neer, het is het seizoen. Grappige beestjes, dat wel, maar met zovelen kunnen ze wel irritant worden. Zeker als je ergens buiten op een terras zit te eten en zij in niet gefrituurde vorm onderdeel van het menu willen worden, met kop en al.

Als ik dichterbij kom, zie ik dat het Tom is. Tom is de neef van de landeigenaar Peter Kagoro. Niet een echte neef, maar als je uit dezelfde clan komt, ben je ook een soort familie. Kagoro is eigenlijk een soort pleegvader voor de 18-jarige Tom. Zijn vader is er vandoor gegaan (net als bij Obama) toen hij nog in de buik van z'n moeder zat en zij is overleden toen hij een jaar of zes was. Tom is door z'n oma opgevoed (net als Obama) en Kagoro (die goed in de slappe was zit als huisjesmelker) betaalt nu z'n schoolgeld en laat hem in een plaatijzeren keet op het land wonen. De hut van neef Tom. Oordeel zelf wat voor riant onderkomen deze jongen heeft.



Tom wil businessman worden, net als z'n oom/pleegvader. Geld verdienen, want dat heeft hij nu niet. Als we samen teruglopen naar huis, vraag ik hem hoe het met de examens gaat, waar hij nu middenin zit. Hij doet O-levels en als hij slaagt kan hij voor A-levels gaan en daarna eventueel studeren. Gaat wel goed, zegt hij, maar hij moet vrijdag een praktijkopdracht tekenen doen en daar moet hij spullen voor aanschaffen en dat kost wel 10.000 Ush. Financiele hulp vragen is hier heel gebruikelijk, daarvoor schaamt niemand zich. En terecht. Als we bij het winkeltje van Alinda aankomen en ik hem 5000 betaal voor het schoonmaken en de was doen, geef ik Tom ook 5000 en maak hem duidelijk dat dit voor een keer is, voor z'n examens. En hoewel ik hem vraag het stil te houden, rent hij opgetogen naar Alinda. Wat mij weer een beetje ongemakkelijk gevoel geeft, want die heeft gewoon moeten werken voor die 5000. Volgende keer wat subtieler doen, Beer.
Obama heeft gewonnen, heel Afrika danst! En Amerika is ver gekomen sinds de Negerhut van Oom Tom. En onze Tom, die komt er ook wel, het is een slimme jongen. Wie weet is hij wel een nieuwe Obama, die kunnen ze hier in Afrika goed gebruiken.




vrijdag 31 oktober 2008

gekke henkie

Als ik 's ochtends aankom bij mijn werk, staat hij er bijna altijd. Noem hem maar Gekke Henkie, daar merkt zo'n jongen niks van. Gekke Henkie is niet helemaal lekker, zo noemden ze dat vroeger. Ik geef hem soms wat kleingeld. Niet altijd, dat is niet goed. Maar je kunt soms ook niet anders. Dan komt hij eraan rennen – nou ja, rennen, meer strompelen – en dan grijpt hij je arm en kijkt hij je vrolijk aan terwijl hij z'n tanden ontbloot. Million dollar smile, als hij dat zou kunnen kapitaliseren, was hij een rijk man. Als ik zou willen, kan ik hem ontlopen, tenminste als ik op een boda boda (brommertaxi) aankom, wat vaak het geval is. Dan zou ik de boda iets verderop kunnen laten stoppen en ben ik binnen voordat hij me heeft kunnen bijhalen. Maar waarom zou ik, hij vindt het ook goed als ik hem niets geef. 't Is niet alle dagen feest, Henkie. Even goeie vrienden. Als ik te voet ben, is hij er altijd en overal. Als ik naar Andrews (supermarkt) ga, de bank of naar Little Rock (snackbar) of lopend naar huis, dan staat hij daar. Volgens mij heeft hij elke dag dezelfde kleren aan. Geen idee of hij wel een thuis heeft of dat er iemand voor hem zorgt. Waarschijnlijk niet. Dit is niet een land waar ze goed met hun gehandicapten omgaan. En dat is begrijpelijk, de gemiddelde Oegandees heeft het al lastig genoeg om het hoofd boven water te houden. En dus moeten de meeste gehandicapten maar voor zichzelf zorgen. Lijkt me alleen niet makkelijk. Vraag me wel eens af hoe Henkie dat doet. Blijkbaar lukt het hem toch, want ik zie hem vrijwel elke dag door de straten van Fort Portal struinen. Met altijd die brede lach en het wat hinnikende geluid dat erbij hoort. Behalve dat hij niet helemaal lekker is, lijkt hij verder gezond. Hij lijkt het te redden en redelijk gelukkig, al is dat natuurlijk eigenlijk onmogelijk vast te stellen. Minder gelukkig lijkt mij de vrouw die ik af en toe op de hoofdweg vlakbij de bank op het trottoir zie liggen. Ziet er niet prettig uit. Ze ligt daar maar en houdt af en toe haar hand op, maar niemand die voor haar lijkt te stoppen. Ik heb dat ook nog niet gedaan, moet ik bekennen. En zo zijn er meer bedelaars, hoewel gelukkig niet zoveel als in Kampala. Soms moet je je ogen sluiten, je kunt nu eenmaal niet al het leed van de wereld op je schouders dragen. Ik houd het maar op Henkie, daar word ik tenminste ook nog een beetje vrolijk van. Quid pro quo, Henkie, voor wat hoort wat.

oude man in gevangenis

Een man komt ons kantoor binnen. Hij komt uit de buurt van Kasese – zo'n 2 uur hiervandaan - en zit met een flink probleem. Zijn vader is opgepakt en zit in de gevangenis. De vader is 90 jaar en niet op z'n best meer. Het gaat om een landkwestie, zoals er zoveel zijn hier. Veel Oegandezen wonen op land dat al decennia in hun bezit is. Althans volgens het traditionele tribale recht. Maar dan komt er iemand die zegt dat het land van hem is – volgens het moderne recht – en dat de families die erop wonen hun biezen moeten pakken. In dit geval verzetten de bewoners zich en er volgen verschillende rechtzaken. De families denken dat ze gewonnen hebben en blijven op het land. Maar dan komt de eigenaar met de politie en arresteren ze de oude man, die de chief is van het dorpje.
De man die ons kantoor binnenkomt, Leo, is wanhopig. Hij weet niet meer wat hij moet doen en z'n advocaat heeft hem in de steek gelaten. Dat gebeurt vaker, zeker als ze niet betaald worden. Probleem is dat behalve er bij niemand is. Coördinator Angela zit in Kampala en de advocacy officer Augustine in Mbarara, die komen pas maandag terug. Dus Alyce en ik worden worden daarmee de afdeling rechtshulp. Alyce is de net aangenomen documentation officer die ik begeleid. Zij vertaalt, want de man spreekt maar een paar woorden Engels. Er moet snel actie worden ondernomen met een man van 90 in de gevangenis. We besluiten de man de Legal Aid Office in te schakelen, want dit is een zaak voor hen. Ik ga mee naar hun kantoor, want anders wordt hij niet meteen geholpen door Legal Aid, die overstelpt worden met zaken. Ik ken Flora daar al van een eerdere zaak. En dat helpt. Ze hoort de man aan en besluit maandag met hem naar de gevangenis te gaan om de oude man in ieder geval op borg vrij te krijgen. Helaas lukt dat vandaag niet meer, maar maandag doet ze haar best. “I know you will follow up”, zegt ze lachend, omdat ze weet dat ik dat doe en de zaak niet wil laten rusten voordat die man vrij is.
Is dit een vorm van corruptie? Nee, vooralsnog niet, tenzij bijvoorbeeld zou blijken dat er bij de rechtzaken iets niet in de haak is, dat er iemand is omgekocht. Maar mensen komen naar RAC met allerlei problemen, omdat de organisatie goed bekend staat in de regio. Ze doen echt wat.
Leo belt z'n broer en omdat die wel een beetje Engels spreekt moet die het verhaal van de muzungu zelf horen. Hij is opgelucht nu er eindelijk wat lijkt te gebeuren. Thank you, Andrew. Ik neem afscheid en loop terug naar het kantoor. Dit is ook mijn werk. Mooi werk, het geeft voldoening.

dinsdag 21 oktober 2008

joe the plumber

In de Amerikaanse verkiezingsstrijd is een loodgieter blijkbaar de lieveling van beide kandidaten geworden: Joe the Plumber, zo'n typische hardwerkende loonslaaf die graag een eigen bedrijfje wil beginnen, wat door de huidige economische malaise niet zo makkelijk is.
Kom daar maar eens om in Oeganda, Joe the Plumber moet je hier met een olielampje (want de electriciteit valt ook om de haverklap uit) vinden. Ze zijn schaars, de goeien, zo vertelt mijn huiseigenaar Peter Kagoro, die me al op dag 2 in mijn paleisje een boiler belooft, zodat ik ook eens een warme douche kan nemen. En echt, koud douchen went wel hoor, maar zo midden in de regentijd wil het wel eens koud worden en dan is een warme douche toch wel aangenaam. Bovendien heeft mijn werkgever voor een flink bedrag zes maanden huur vooruitbetaald, dus die douche hoort gewoon in orde te zijn. Maar die boiler laat op zich wachten, net als de eigenaar zelf die over een paar dagen terug zou keren uit Kampala. Dat is bijna drie weken geleden.

De stand van zaken is nu: een slordig aangebrachte waterpijp die direct op de hoofdleiding is aangesloten en waaraan een soort brandweerkraan is aangesloten waaraan weer een douchekop is bevestigd. Er komt water uit, maar daar is ook alles mee gezegd, als ik er schuin onder sta, kan ik een beetje koud-water-badderen. Zouden ze in Darfur een moord voor doen natuurlijk, maar daar zijn we goddank niet. Dat de afvoer ook niet helemaal jofel is, blijkt op woensdagochtend (vorige week) als de boel onderstroomt omdat er ergens een lek zit. Ik bel Kagoro die zegt Joe the Plumber te zullen bellen. Die komt uiteindelijk 's middags, belt gelukkig wel vantevoren zodat ik tijdig naar huis kan om 'm op te vangen. Drie uur wordt uiteindelijk zeven uur, maar daar is dan uiteindelijk. Joe blijkt een soort gieter zonder lood, zullen we maar zeggen. Hij heeft welgeteld een stuk gereedschap bij zich: een waterpomptang die voortdurend blokkeert, wat dus al met al weinig helpt om een lek in de afvoer op te sporen. Maar met een zakmes en een schroevendraaier van mij, weet hij uiteindelijk het lek te lokaliseren: in het afvoerputje van de douchebak zit een barst waar het water uit stroomt, voordat het de afvoer weet te bereiken. Of ik toevallig ook een caraketoekoe of zoiets heb? He? Een caraketoekoe, u weet wel. Dan ziet hij de plastic verpakking van de wc-rollen. En daarmee weet hij provisorisch het lek te dichten, maar of ik toch maar voorzichtig wil zijn met douchen. Morgen komt hij terug om het lek definitief te verhelpen. Komt allemaal goed, meneertje. Ik meld Kagoro de stand van zaken, die zegt toe de volgende dag te komen. Met boiler, zodat we die meteen kunnen installeren. Zou het dan eindelijk gaan gebeuren?

De volgende ochtend is het letterlijk dweilen met de kraan open. De kop van de brandweerkraan is afgebroken en het water spuit de badkamer in. Ik probeer met man en macht (Alinda komt helpen, maar vergeefs) de kraan dicht te draaien, wat uiteindelijk deels lukt. De straal neemt af, het water spuit nu niet meer om m'n oren, maar valt loodrecht naar beneden, het afvoerputje met de provisorisch aangebrachte carakoedinges in. Als dat maar goed gaat. Bovendien, het water blijft stromen. En ik moet weg. Hoofdkraan dan maar dicht, zien we het vanmiddag wel weer als Kagoro en Joe the Plumber langskomen. Maar geen hoofdkraan te vinden in en rondom het huis, Alinda weet het ook niet. Uiteindelijk sluit hij de Main Switch af, de hoofdtoevoer van het water op de compound. Zodat iedereen zonder water zit. Nou ja, toch niemand thuis.

Als ik 's middags weer thuis kom, loopt de kraan weer. Iemand had toch water nodig en de Main Switch is opengezet. Toch maar weer dicht, Alinda, in afwachting van Kagoro en Joe. Die natuurlijk niet komen. Ik bel uiteindelijk Kagoro, die zegt dat-ie vlakbij is, terwijl ik het donkerbruine vermoeden heb dat-ie gewoon nog in Kampala is. Ik begin m'n geduld te verliezen, wil dat in ieder geval de kraan vanavond nog gefixt wordt en blijf hem die avond voortdurend lastig vallen. Zet hem onder druk door te zeggen dat iedereen op de compound nu zonder water zit. Is Joe nóg niet langs geweest dan, hij had toch echt beloofd 's middags langs te komen? Nee, hij is er niet en waar ben jij trouwens? Uiteindelijk is Joe daar dan. Om half tien 's avonds. En hij heeft zowaar een andere kraan bij zich en de waterpomptang die het na herhaaldelijk op de grond slaan uiteindelijk doet. Maar geen isolatietape meegenomen, dus of ik nog wat carakoedinges heb. Tuurlijk, joe, ben van alle markten thuis. De kraan doet het weer.
Kagoro belooft morgen te zullen komen en de loodgieter ook. Maar ik kan 's middags om drie uur meerijden naar Kampala, waar zaterdag een feestje is en ook NCRV-collega's die daar zijn voor reportages over Save the Children-projecten, wil ik graag even ontmoeten. Besluit dan maar om zaterdag met openbaar vervoer te gaan. Maar vrijdag komt en gaat voorbij en geen Kagoro en geen loodgieter. Ik besluit om niet ook m'n vrijdagavond te laten vergallen en op de uitnodiging van de Belg Rudi in te gaan om van de kookkunsten van zijn huishoudster/kokkin Paula te genieten. De volgende ochtend – ik heb inmiddels afgezien van een bliksembezoek aan Kampala - zie ik tot mijn stomme verbazing buiten op de veranda een nieuwe boiler staan. En verdomd, daar is de auto van Kagoro. Zou het dan eindelijk gaan gebeuren? Er volgt een kwasi vriendelijk gesprek – ik ben nog steeds van hem afhankelijk tenslotte - ik bied hem koffie aan en hij zegt dat het vandaag allemaal goed zal komen. Ik moet dat nog zien, maar besluit wel om vandaag thuis te blijven. Als ik weg ben, gebeurt er sowieso niets.

Uiteindelijk komt 's middags Joe met z'n broer die we maar Jim zullen noemen. Maar Kagoro is er weer vandoor. De mannen gaan uiteindelijk naar binnen om te kijken wat er moet gebeuren. De hele boel vervangen, zegt Jim resoluut. Hij heeft gelijk, denk ik, maar vandaag ben ik al blij als ze uberhaupt de boiler kunnen aansluiten. Als Kagoro terugkomt, volgt buiten een ellenlange en verhitte discussie met Joe en Jim. Kagoro is wateringenieur, zegt-ie, hij weet wel wat er moet gebeuren. Maar er gebeurt intussen niets. Lullen kunnen ze wel, maar werken, ho maar. Uiteindelijk gaan de mannen aan de slag of iets dat daarvoor moet doorgaan. Na een klein uurtje vol geklop en gebik, komen ze naar buiten. Geen idee wat er is gebeurd, de boiler staat er nog onaangeroerd. Kagoro is inmiddels pleite. J&J zeggen dat ze morgen na de kerk terugkomen om de boel af te maken. Erewoord en waarom zou je ze niet geloven, het zijn immers vrome kerkgangers? Kagoro heeft inmiddels een aantal werklui uit Kampala gebracht, die in de onafgewerkte panden aan de slag gaan. 's Avonds pas, wel te verstaan. Als ze om half twaalf nog bezig zijn, ga ik toch maar eens informeren hoe lang dat zagen, boren en geklop en gehamer nog doorgaat. Tot morgenochtend, zegt de oudste van het stel. Geen sprake van, zeg ik, jullie houden er om middernacht mee op! Ze zeggen dat ze wel door moeten gaan, omdat het werk anders niet op tijd afkomt, maar ze zullen rustiger zijn, beloven ze. Da's gelukkig een belofte die wordt nagekomen, het blijft verder rustig die nacht.

Als ik de volgende ochtend buiten kom, zijn de mannen nog bezig. Die weten tenminste wel wat werken is. Kagoro is er ook, probeert me eerst nog te negeren, maar groet uiteindelijk en doet alsof er niets aan de hand is. Om kwart over twee is de kerk al uren uit, maar Joe en consorten zijn nog nergens te ontdekken. Om kwart over twee zegt Kagoro dat hij hoopt dat ze nog komen. What can I do..? Ik heb de hoop allang opgegeven en zeg Kagoro dat hij maar moet zorgen dat het goed komt. Ik ga naar een feestje bij Darlene en Jean, ter ere van hun moeder die op bezoek is en als dank voor alle Oegandezen die hen in het afgelopen jaar zo goed hebben geholpen zich thuis te voelen hier. Lieve, vriendelijke, betrouwbare Oegandezen, die zijn er gelukkig ook genoeg. Mag ik er een paar van lenen, alsjeblieft?

Nu ik de blog op het web zet, is het dinsdagmiddag. Ik realiseer me dat het een uitgebreide klaagzang is geworden. Maar ja, dat hoort er ook bij, dit is ook mijn leven hier. Anyway, de blog is een lekkere plek om stoom af te blazen. Er is intussen nog niets gebeurd, Joe the Plumber is van de aardbodem verdwenen, zo lijkt het. En Peter Kagoro houdt zich ook ergens schuil. Ach, ik zie wel, voorlopig nog maar even koud douchen, dus. En hopen dat de boel niet verder in elkaar dondert.