woensdag 15 oktober 2008
Waar is Alinda?
Maar goed, of niet goed eigenlijk, waar is Alinda? Alinda is namelijk ook mijn schoonmaker en de man van Omo. Hij wordt door de eigenaar betaald om het terrein te verzorgen en op te passen. Aan de straat heeft hij nog een golfplaten keet waar hij zeep, wasmiddel en sigaretten verkoopt, waarschijnlijk ook eigendom van de eigenaar, trouwens. En voor een kleine vergoeding maakt hij de huizen schoon en doet hij de was voor je. Met de hand en met koud water, maar de kleren zijn schoon en daar gaat het om. Veel muzungu's, bijna allemaal vermoed ik, hebben zo'n mannetje in/aan huis. Een boy noemen ze dat, maar dat krijg ik niet over m'n lippen. Vreselijke neo-koloniale slaventerm. Alinda noem ik gewoon Alinda en hoewel hij nog steeds enigszins onderdanig doet (komt ook door zijn gebrekkige Engels en mijn gebrekkige RuTooro) probeer ik dat te negeren en hem met zoveel mogelijk respect te behandelen. En ik betaal hem naar lokale maatstaven goed. Voor 1 x per week wassen én schoonmaken krijgt hij maar liefst 5000 Ush, dat is omgerekend – schrik niet – een dikke twee euro bij de huidige koersen. Lijkt belachelijk weinig, maar het is voor dit soort arbeid goed betaald, heb ik me laten vertellen. En om een idee te geven, het is ongeveer een derde van mijn dagvergoeding. Dus zo'n rijke muzungu ben ik nou ook weer niet...
Van Nynke, die tot begin dit jaar in dit huis woonde, heb ik begrepen dat de mannen op dit terrein zo slecht betaald worden (waarschijnlijk nog geen 100.000 Ush per jaar) dat ze er voortdurend vandoor gaan, terug naar hun dorp waar ze het niet beter hebben maar wel bij hun familie zijn. Lastig als je van zo'n man afhankelijk bent voor het schoonmaken en wassen. En gewoon omdat het prettig is dat er iemand is die een oogje in het zeil houdt. Maar moet ik me nu zorgen maken dat Alinda er ook vantussen is? We hebben in principe afgesproken dat hij zaterdags schoonmaakt en de was doet, maar hij is er niet. Zondag ook niet en maandag evenmin. En ik raak door m'n schone kleren heen en met dit soort regenachtige dagen kan het even duren voordat de was überhaupt droog wordt. Laat staan dat ik nog tijd heb om het te strijken, want er schijnen soms mango-vliegjes in je natte kleren te gaan zitten, die larven achterlaten die in je huid kruipen en voor lelijke zweren kunnen zorgen. Alles strijken is het devies, of urenlang in de brandende zon laten hangen, maar midden in het regenseizoen is dat geen optie. En dus moet de man die in Nederland zelden een strijkbout vasthield, hier een paar keer per week aan de strijk. Niet eens zo vervelend eigenlijk, heeft wel iets rustgevends, met de Wereldomroep op de achtergrond.
Dan is het dinsdagochtend, ik douche en trek m'n laatste schone ondergoed aan. Vanavond zelf maar wassen dan, het beddengoed heb ik gelukkig van het weekend al gedaan. Ik zet koffie en smeer wat jam op droog brood dat ik gisteravond getoast heb in de koekenpan. Het brood is hier namelijk al droog als je het koopt. Ik kijk naar buiten en groet buurman David, de student die nog gestudeerd heeft in Nederland (Ede) en nu terug is uit Kampala. Als ik de deur naar buiten opendoe, staat daar...Alinda. Hij komt bijna verontschuldigend naar me toe. Kan ik vandaag schoonmaken? Ja, graag, hier is de sleutel, zeg ik opgelucht. Ik was naar een burial, zegt hij dan in z'n beste Engels. Een begrafenis. Wat triest, familie? Ik heb mijn vader begraven, zegt hij dan. Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen. Hij heeft zijn vader begraven en komt zich verontschuldigen dat hij er niet was om schoon te maken. Ik neem me voor om me nooit meer zorgen te maken over onbenullige zaken als de schoonmaak, de was en of ik nou wel of niet moet strijken. 's Avonds belt mijn moeder, een prettige verrassing, op de achtergrond meen ik m'n vader te horen. Goddank, die zijn er beiden nog.
maandag 13 oktober 2008
en nog wat kiekjes
Links: feestje tgv Refections, tweedaagse evaluatievergadering. links voorzitter James, centrum John Muzungu Travolta. Onder: Advocacy officer Augustine (midden) is onlangs getrouwd, hij heeft nog een bruidscake meegenomen en krijgt van RAC alsnog een geit die we later die avond oppeuzelen met z'n allen. Rechts mijn coordinator Angela alias Obama, omdat ze net is teruggekeurd van een workshop in de VS. 
Eindelijk! Mijn eigen bed, gemaakt door een lokale timmerman voor omgerekend nog geen 30 euro. Heb er (maar) een week op moeten wachten. Had een leenbed zonder muskietennet, maar dit slaapt een stuk beter.Onder: Zo breng ik m'n avonden door als ik thuis ben. Om 6 of 7 uur luister ik naar de Wereldomroep om een beetje op de hoogte te blijven van het Nederlandse nieuws, daaromheen is het vooral de BBC worldservice. Mijn laptop is tegelijk mijn thuisbioscoop en muziekinstallatie, de IPOD heeft dezelfde functies. Boeken zijn er voorlopig nog voldoende, door de films ga ik snel heen. Je kunt ze hier wel kopen, illegaal en voor weinig, maar de kwaliteit is heel wisselend en het aanbod niet geweldig voor iemand die al veel heeft gezien.

Met een paar vrienden op zondagmiddag naar een traditionele muziektheatervoorstelling net buiten FP. De traditionele dans en muziek is onderhoudend, maar het wordt voortdurend afgewisseld met lokale playbackartiesten die bij Hennie Huisman niet eens de voorrondes zouden hebben gehaald. Maar de omgeving is prachtig.Van links Nynke, Roland, m'n buurman Lieven en zijn werknemer Nicholas.
De visser, de muzungu en Chairman Mao. Notities van een witte neger.
De president van de Wereldbank komt tijdens een bezoek aan Oeganda een visser tegen bij het Victoriameer. De man zit lekker onderuitgezakt tegen een boom. De president vraagt of de man niet moet gaan vissen. Nee, waarom, zegt de man, ik heb gisteren twee vissen gevangen en dus nog genoeg te eten. Maar als je vandaag vissen vangt, dan kun je die verkopen, probeert de president. En dan?, vraagt de visser. Nou, dan heb je geld om een groter net te kopen om meer vissen te vangen. En dan? Daar verdien je weer meer geld mee en dan kun je een grotere boot kopen om nog meer vissen te vangen. En dan? Dat geld kun je dan weer sparen en beleggen, zodat je nog meer geld krijgt. En dan? Dan heb je uiteindelijk zoveel geld dat je niet meer hoeft te werken, geen zorgen meer hebt en lekker kunt uitrusten. En wat denkt u dat ik nu aan het doen ben?
Afrikanen nemen het leven veel meer zoals het komt, zo lijkt het wel. Ze maken zich niet zo druk over wat er allemaal aan onheil over hen heen kan komen. Want wat heeft dat voor zin? Als het gebeurt, gebeurt het. Als een afspraak niet doorgaat of zij of anderen veel te laat zijn, jammer dan, volgende keer beter. Als ze ziek worden, worden ze ziek. Of een ongeluk krijgen. Zelfs als een naaste dood gaat. Het is zo, daar kun je weinig aan veranderen. Dat kun je fatalistisch noemen, maar je kunt het ook zien als een gezonde, want stressloze kijk op het leven (en de dood).
Het niet goed functionerende openbaar bestuur frustreert het opbouwen van het land, hoewel er op een aantal terreinen echt wel voortuitgang is geboekt (onderwijs, hiv/aids-bestrijding, zie boven). Het plannen lukt in dit geval nog wel, in Kampala worden de meest fantastische meerjarenplannen en wetten gemaakt, alleen ze worden nooit uitgevoerd of gehandhaafd. Niemand die zich eraan houdt, om te beginnen de regering zelf al niet. En dus komt er weinig echt van de grond en kan bijvoorbeeld ook de corruptie in alle lagen van de samenleving welig tieren. Want als je toch wat gedaan wil krijgen als district of lokale overheid dan schakel je een lokaal parlementslid met de juiste ingangen in, die de juiste mensen weer wat toestopt en zo komt die prestigieuze brug of snelweg er uiteindelijk wel. Ten koste van het plattelandsziekenhuis of schooltje, dat wel natuurlijk, want daar is dan natuurlijk geen geld meer voor.
maandag 6 oktober 2008
En toen was er...licht!
Die stroomuitval is regelmatig en sowieso gepland de eerste dagen van de week overdag. Daarom hebben we een generator op het kantoor, zodat we als het nodig is, verder kunnen. Maar thuis heb je dat niet, je weet nooit of je 's avonds wel stroom hebt. M'n laptop - belangrijk want thuisbioscoop - heb ik vorige week een paar keer mee naar het werk genomen om 'm daar op te laden. Ook al omdat ze daar een stabilizer hebben, die ervoor zorgt dat de stroomtoevoer gebalanceerd is. Daar heb je thuis een zogenaamde power surge protector voor nodig, een relatief duur apparaatje dat de uitschieters in de stroomvoorziening opvangt. Heel erg belangrijk, want zonder dat kan je computer of ander electronisch apparaat naar de knoppen gaan als er ineens 300 volt of zoiets doorheen schiet. Menig muzungu en oegandees heeft daar al een dure laptop aan verloren.
Omdat de goede surge-protectors niet in Fort Portal te vinden zijn en omdat ik nog wat meer nodig had, ben ik zaterdag met de bus naar Kampala gegaan. Zo'n vier uur in wat hier ook wel de flying coffins wordt genoemd, de vliegende doodskisten, want ze vliegen met een ware doodsverachting over 's Heeren Wegen. En iedereen die niet op tijd uit hun baan verdwijnt, heeft pech gehad. VSO-collega Nynke, die ik hier al tot een van mijn goede vrienden mag rekenen, vertelde me dat de bus waarin zij zat laatst een bodaboda (brommertaxi) had doodgereden. Die bodaboda zijn ook levensgevaarlijk, scheren overal tussendoor en ja, dan gaat het soms mis. Als ik een boda neem in town, soms kan het niet anders, dan zeg ik er altijd bij: mpora mpora ( rustig aan) en 's avonds gebruik ik mijn zaklamp als achterlicht, want die hebben ze standaard niet.
Ik ben dus zaterdag vroeg naar Kampala gegaan, in de hoop 's middags met Paul (de chauffeur van RAC) mee terug te rijden naar FP. Maar de auto die voor onderhoud bij een garage in KPL stond, was nog niet klaar en Paul zou dus pas op maandag terugkeren. Bummer! Ik was moe en smerig na een paar uur in die stinkende Derde Wereld-stad en wilde naar huis. Dus heb om 5 uur de avondbus naar FP terug genomen. Kwam op het laatste moment aan, want het pinnen bij de bank was niet gelukt (bankpas en mastercard weigerden) en moest dus nog langs een Forex om euro's (die ik gelukkig bij me had voor noodgevallen) te wisselen tegen een slechte koers. Kon ik in ieder geval m'n boodschappen afrekenen en de bus terug betalen. De bus zat vol, maar de bijrijder wees me een plek aan bij de uitgang. Net op het moment dat ik daar m'n spullen wil neerzetten, glipt er een lokalo doorheen en gaat op mijn stoel zitten. De bijrijder kwaad en zegt tegen de man dat die plek voor de enige muzungu in de bus bestemd is. Man zegt: je kunt me wat, ik zit. Gelijk heeft-ie, natuurlijk, heeft er net zoveel recht op als ik. Dat duurt zo een paar minuten en uiteindelijk gaat de bijrijder weg zonder het op te lossen. Ik ben moe en chagrijnig, maar blijf kalm. Altijd blijven lachen in dit soort situaties. Kijk goed om me heen en zie dat voorin een stoel vrij is, de stoel van de bijrijder, ongetwijfeld. Ik zeg niks en glip tussen dozen en tassen door naar voren en ga zitten op zijn stoel. Iedereen lachen, de muzungu lost het zelf wel op, kunnen ze wel waarderen. De oudere moslim naast me knikt: goed gedaan, jochie! De bijrijder ziet het en lacht uiteindelijk ook. Hij kan het ook wel waarderen, al heeft-ie nu zijn eigen stoel niet meer. Ik zit voorin, naast de chauffeur die zich door een waar mierennest heen wurmt, door gewoon de massa in te rijden, iedereen springt op het laatste moment aan de kant. Moet wel, anders kom je hier niet vandaan. De meest chaotische taxi & bus-park van East-Africa wordt dit wel genoemd. Het duurt lang voordat we eindelijk op de weg naar FP zitten en langzaam wordt het donker. Op de video schuin boven me wordt een Afrikaanse comedy vertoont, die werkelijk te flauw is voor woorden, maar waaraan de hele bus veel plezier beleeft. Vooral het jongetje van een jaar of 8-9 naast me, die in z'n eentje reist. We hebben af en toe een kort gesprekje, hij vindt het blijkbaar wel interessant zo'n grote muzungu naast hem. Ondertussen houd ik de chauffeur in de gaten, ik kan het meerijden niet laten. Die scheurt, terwijl het steeds donkerder wordt, met een snelheid van zo'n 100-120 km/u over de niet al te brede tweebaansweg, met aan de kant voetgangers en brommers/motors en op de weg zelf auto's en vrachtwagens zonder achterlicht. En regelmatig pakt hij ook nog even de telefoon om z'n liefje of god-weet-wie te bellen. Als het buiten begint te regenen, pakt hij af en toe een doekje om, zonder vaart te minderen, de beslagen binnenkant van de ruiten van condens te ontdoen. Ik houd het er maar op dat de statistische kans dat er tijdens deze rit iets gebeurt niet zo groot is, hoewel ik de kans liever niet precies wil berekenen. Om kwart voor negen komen we bij Kyenjojo, op ongeveer een uur van Fort Portal. We moeten een tijdje wachten, want verderop is ... een ongeluk gebeurt. Om kwart over tien ben ik uiteindelijk veilig thuis. In een donker huis, want de stroom is uitgevallen. Toch is het heerlijk om thuis te zijn en dit huisje na een week al zo te zien. Home sweet home!
vrijdag 3 oktober 2008
eerste foto's



Eerste foto's van mijn huisje en de omgeving. Laat je niet afleiden door die wat verstoorde blik van mij (zat te klooien met de camera), heb het reuze naar m'n zin. Als je het huisje ziet en mijn uitzicht, begrijp je dat. Dit is met recht de Parel van Afrika, zoals Churchill ooit schreef. Loop elke dag door dit fantastische decor zo'n half uur naar m'n werk. Of 10 minuten lopen en 5 minuten op een boda boda (brommertaxi) voor omgerekend zo'n 20 cent. Kan het niet laten...Oenga, oenga baba oenga! Binnenkort meer foto's als de inrichting op orde is...
donderdag 2 oktober 2008
Water!
Hoe dit te doorbreken? In ieder geval door het te rapporteren en te registreren. En consequent te blijven volgen wat er vervolgens mee gebeurt. Daar zal ik het komende jaar nog veel van merken, als het goed is.
Op veel plekken in de dorpjes en sub-county's zitten monitors die door RAC zijn gevraagd om door te geven wat ze tegenkomen, zodat RAC er mee aan de slag kan. De monitor vandaag heet Patrick en lijkt veel op Don Cheadle, de hoofdrolspeler uit Hotel Rwanda. Hij geeft les op een lagere school en leidt ons vandaag rond. We komen bij een houten brug die kort daarvoor voor veel geld is aangelegd. De brug wordt door wat lokale jongens voortdurend uit elkaar gehaald en tegen betaling weer in elkaar gezet. Elke auto en motor die wil passeren moet eerst betalen, anders wordt de brug niet weer rijklaar gemaakt. Het zijn niet alleen de hoge piefen en de lokale machthebbers die zich schuldig maken aan dit soort praktijken, soms zijn het ook gewoon een paar opgeschoten jochies die een kans ruiken om wat geld te verdienen. Ten koste van hun omgeving, dat wel.
woensdag 1 oktober 2008
Beer is thuis
Ook al omdat het afscheidsdiner een beetje uit de hand liep. Want Ieren zijn Ieren en die worden dus dronken en niet elke Ier kan daar evengoed tegen. Deze Ierse werd met een paar dronken metgezellen - allemaal vrouwen trouwens - luidruchtig en vervelend voor het Ugandeze personeel. Erg genant, helemaal toen het eindigde in een klein handgemeen met VN-vertegenwoordigers die zich ergerden en zich arrogant opstelden en met diplomatieke paspoorten gingen zwaaien en dreigementen dat mensen hun banen zouden gaan verliezen enzomeer. Heb ik maar even Ban-Ki-Moontje gespeeld en de strijdende partijen uit elkaar getrokken en de VN-ers duidelijk gemaakt dat ze beter verder maar geen misbruik van hun diplomatieke status konden maken. Ze waren weliswaar niet begonnen, maar werden wel erg vervelend en out-of-line. De Amerikaan die bij het gevecht betrokken was geld gegeven voor een boda boda (brommertaxi) en hem gezegd dat-ie beter snel weg kon gaan voordat de politie zou arriveren. Zelf 'm ook gesmeerd, een vertegenwoordiger van een anti-corruptie coalitie kan maar beter niet op deze manier bij de lokale politie worden geintroduceerd. Ook al heeft-ie niets gedaan, het staat een beetje slordig...
Een volgende keer meer over m'n nieuwe villa, waar ik zaterdag ben ingetrokken. Hopelijk lukt het om foto's erbij te plaatsen...